Mijn Goélette

Het is begin 2005 als we druk in de weer zijn met het inrichten van ons nieuwe magazijn. De nieuwbouw is net opgeleverd en tijdens het overbrengen van onze winkelvooraad naar ons nieuwe magazijn hebben we geconstateerd dat de ruime nieuwbouw toch niet zo ruim is als we dachten. Ons oude stellingmateriaal hebben we in allerijl van de schroothoop teruggehaald en we zijn drukdoende die weer in elkaar te zetten.

Net voor de middag krijgen we bezoek van een passant die onze verrichtingen in oogschouw komt nemen. Hij tipt ons dat in het havengebied een loods ontruimd wordt die binnen korte tijd gesloopt gaat worden. Vele stellingen zijn al verkocht of in de container beland. Op zijn aanraden ga ik gelijk op pad doch bij het pand aangekomen kan ik alleen maar constateren dat we een paar dagen te laat zijn.

Toch kan ik het niet laten nog even rond te snuffelen door de verschillende loodsen. Ik leg de hand op nog wat magazijninrichting wat voor ons goed van pas komt. Als we een loods binnen lopen ontdek ik in een donkere hoek iets wat op een auto lijkt. Hij is afgedekt met een afdekzeil en gezien de laag stof op het zeil is het al een tijd geleden dat de wagen het daglicht heeft gezien. Een medewerker van het bedrijf blijkt de eigenaar van het voertuig te zijn. Wat voor merk het is kan hij niet direct vertellen, wel dat de auto het binnen de 4 weken de loods uit moet. Hij heeft geen idee waar hij er mee heen moet. We komen overeen dat hij in de komende weken de wagen zal uitgraven en me zal inlichten wanneer ik kan komen kijken.

Nu heb ik helemaal geen verstand van oude auto's (van nieuwe ook niet) Maar opgegroeid met grote Amerikaanse Ford's is mijn interesse voor de jaren 60 auto's altijd gebleven. Om mijn technische kennis toch wat op peil te brengen neem ik contact op met een bekende die daar meer zicht op heeft. Zijn oom heeft een auto spuiterij en dat lijkt me een prima combinatie.

Binnen een paar dagen belt de eigenaar van de auto met de mededeling dat de wagen te bezichtigen is. Hij heeft ook nog het werkplaatshandboek, het kentekenbewijs en de contactsleutels gevonden. Met de door houtworm aangetaste treeplankjes nog op mijn netvlies vermoed ik dat we die laatste waarschijnlijk het minst snel nodig zullen hebben.

Dezelfde dag nog haal ik mijn compagnon op van zijn werk en rijden we vol verwachting naar de loods. In het schemerdonker staat een bestelauto. Aan het logo op de motorkap zien we dat het een Renault moet zijn. De geboortedatum is 1959 weet de eigenaar ons te vertellen. Na wat rond de wagen gelopen te hebben en een paar keer tegen de voorband geschopt te hebben komt de eigenaar met de prijs voor zijn voertuig. Die is allerminst redelijk te noemen en we besluiten elk voor 50% de wagen aan te kopen.

De eigenaar is in zijn nopjes met de verkoop en we praten nog wat na. Mijn compagnon ziet het ook wel zetten. Helaas begaat hij de fout te melden dat hij een nieuwe woning gaat bouwen en dat dit wagentje uitermate geschikt is op zijn bouwmaterialen op de plaats van bestemming te brengen. Met die uitspraak ondertekend hij op hetzelfde moment zijn ontslagbrief.

Onze Renault blijkt een Goélette te zijn van 1959. Het type is xxxxx. De staat is gezien zijn leeftijd goed te noemen. Er zit nagenoeg geen roest op de carosserie. Wel is de onderste 10 cm van de carrosserie "vernieuwd" met een strook gegalvaniseerde plaat die er met klinknagels is opgezet. De motorkap ligt open en we zien een watergekoelde motor. Of die de winters onder de enkelwandige asbestplaten heeft overleeft kunnen we alleen maar naar gissen. Als we de wagen gereedmaken voor transport blijkt een van de voorbanden lek te zijn. Hij loopt langzaam leeg maar de eigenaar geeft aan dat de rit naar het industrieterrein geen probleem mag zijn. Als we een zware sleepkabel aan de heftruck vastmaken zie ik dat mijn compagnon zijn oog laat vallen op een reusachtige grote garagekrik. Het ding is minstens 3 meter lang en na een korte onderhandeling ben ik voor 25 euro eigenaar. Als mijn compagnon hem even later op onze aanhanger takeld heeft hij nog niet door dat hij zijn gouden handdruk aan het laden is.

De reis van onze Goélette naar zijn nieuwe onderkomen verloopt voorspoedig. Op de laatste restjes lucht in zijn voorband rolt hij de loods binnen. We krijgen hem nog net in een hoek weggezet. Hij zal de eerstkomende 2 jaar op die plek blijven staan. Onderweg hebben we even kort de koppeling laten opkomen en geconstateerd dat de cilinders niet vastzitten.

Daar er die dag ook nog gewerkt moet worden, rijden we na het afleveren van onze Renault terug richting werk. Onderweg vertel ik mijn compagnon dat ik bij nader inzien eigenlijk de wagen liever voor mezelf wil. Ik stel hem voor de krik van 25 euro aan hem te laten voor de bewezen diensten. Zonder blikken of blozen gaat hij akkoord, we laden de krik over op zijn aanhanger en ik ben de trotse eigenaar van een echte oldtimer.

De afgelopen winter is mijn Goélette nog 1 keer verplaatst. Er is een werkplaats voor hem gebouwd van 5 x 17 meter. Deze is ondertussen voorzien van 10 meter werkbank. Afgelopen maand heeft heeft een installatiebedrijf de electra en verlichting in orde gebracht. Alleen gebrek aan tijd staat een restauratie nog in de weg.

Het voornemen is om dit najaar echt te starten met de demontage. Eerst maar eens beginnen met een briefje sturen aan de RDW. Als hun antwoord binnen is moet het toch echt gaan gebeuren.

 

"VOORNEMEN"  zich ten doel stellen, het plan opvatten tot  (Bron: van Dale)